Archive for August, 2003

museum

vandaag naar het artmuseum in het forest park gewandeld.

heb slechts een derde bekeken, het museum bevat veel. na wat franse impressionisten, van gogh en monet en wat overdadige italianen me begeven naar de afdeling aziatische kunst.

doorgaans wordt ik altijd erg kriebelig van ruimtes die gevuld staan met beelden van goden die vereerd zijn en worden. zo ook nu. het is me ook een raadsel waarom deze afdelingen altijd notoir onderbelicht zijn. Zelfs met creaties van Keith Haring zouden die zalen een beetje duister blijven.

sprak ooit met willemijn over ruimte. ze studeert op kunst in religie en ze is vooral geboeid door het feit dat museumzalen eigenlijk religieuze plaatsen worden door de afbeeldingen die er hangen. misschien is dat de reden dat de ruimtes daardoor niet neutraal zijn. ik kijk, geniet, haat en verwonder me. een strijd tussen een oog voor de schoonheid en een afkeer van de religieuze lading die de beelden met zich mee dragen. ik mis daglicht daar.

ik doe een vak over ruimte. heb vanmorgen de haren uit mijn hoofd getrokken bij het lezen van de introductie van 1 van de 5 lesboeken. eindeloos gewauwel over ‘the poetic image’ die reverbereert in de innerlijke ruimte en over de phenomenologie van de ziel. Beeeuh. het frustreert me echt, schrijf toch normaal en helder. bah. nu ja, we geven het een aantal uur per week de kans. in ieder geval, musea zijn wat ruimte betreft gekke plaatsen. de ruimte zelf, het museum, is publiek en in zichzelf neutraal. het museum wordt pas iets als het gevuld raakt. met uitzondering van de musea wiens architectuur al een kunstwerk op zich is, maar dat is in het geval van st louis’ art museum niet bepaald het geval. naast de publieke ruimte is er de kunstenaar en het kunstwerk wat zicht geeft op een andere ruimte. soms een ruimte die werkelijk bestaat, soms een imaginaire ruimte, soms zijn eigen hoofd en wat zich daarin afspeelt.

in dat laatste geval wordt de publieke ruimte opeens eigenlijk heel persoonlijk. Jij voor zo’n kunstwerk wat je opeens begrijpt. komt bij mij niet zo veel voor. maar soms. ik herinner me centre Pompidou waar Ruben en Wouter me geleerd hebben een blauw doek van Yves Klein lief te hebben. die sloeg aan. of rothko. iedereen heeft wel een schilderij of een foto of een plaatje of een gedicht wat aanslaat. landt. whatever. niet dat je dan opeens de maker begrijpt, maar je deelt misschien wel even iets met hem wat niet zo makkelijk over de koffie heen te zeggen valt. en dat is best persoonlijk. en dan wil je dat even tegen iemand zeggen en dan wordt de ruimte iets tussen publiek en persoonlijk in. De site Language of Belonging vraagt om je mening over verschillende ruimtes.

daar denk ik dan een beetje over na op een luie zaterdagmiddag, na een gesprekje over het spraakinfuus met mijn liefste die de wereld drie keer zo helder kleurt. ik lief te meer ik mis te meer.

belgezwel

en ik ben 3x gebeld!

1x door lief, die slechts het nummer wilde checken
1x door papa en mama, die samen achter de computer mijn log aan het lezen waren
1x verkeerd verbonden

ontdekking

ik heb wat dingen ontdekt en bedacht.

amerikaanse vrouwen praten op een nare toonhoogte, waardoor hun stem heel nasaal wordt

‘doing it dutch’ betekent: ‘iedereen betaalt voor zichzelf’

de stad Brasil is volledig vooraf geplanned. toch moesten de bouwvakkers ergens wonen en zij streken neer net buiten de bouwput. Dat werd een ongecoordineerde verzameling straatjes en huizen. Dit gedeelte is later aan de stad gegroeid. De stad heeft dus nu ongewild toch een dubbel karakter.

mijn oren zitten niet op gelijke hoogte aan mijn hoofd vast.

het ‘other’ knopje op het deksel van je softdrink moet wel voor Dr. Pepper zijn. Het verschil tussen cola en sinas zie je door het deksel heen. Voor dietcoke bestaat een knopje. Het kan ook icetea zijn en daar is ook een knopje voor. ‘other’ moet dan wel voor Dr. Pepper zijn, want er is geen andere donkerbruine drank in het automaat.

Als je westwaarts over de datumlijn vliegt, springt de datum 1 dag vooruit.

‘let’s go for a coffee, sometimes’ betekent zo goed als ‘leuk je een keertje gezien te hebben’.

Daarnaast vindt ik dat iedereen St. Grosibius moet vieren. Op die dag ruilen de kinderen een dag met de ouders. Zij mogen laat opblijven en de ouders naar bed sturen. Zij maken het brood klaar voor de ouders die naar school moeten en gaan zelf naar de baan van hun ouders. Volgens mij wordt dat heel leuk.

spraakinfuus

IK WERD NET GEBELD!! mijn eerste telefoontje in de states. Een memorabel moment. En wel door niemand minder dan Marieke, Martijn E. en Rommert. Ik ben verguld, verrukt!

adres

reach me! reach me!

Carola Houtekamer
6837 Kingsbury 1W
63130 St. Louis

(001) 314 935 3444

(hmmm, 001 kan ook 01 zijn)

voor grote pakketten even mailen, die mogen naar een ander adres, waar ik ze op kan halen.

Niet helemaal, maar wel ongeveer: mijn huis. Deze foto is bij mij in de buurt genomen. Mijn digicam wacht op haar lader uit Frisco..

zon en andere oplichtende zaken

JO! strange enough onweert het hier vandaag, maar dat kan het licht in mijn hoofd niet doven. Alhoewel een boterham me wel goed zou doen. Het gaat goed hier. ondanks de nachtelijke gevechten met mijn airco (als de kamertemperatuur de ingestelde temperatuur heeft gehaald, slaat hij continue aan & uit) en ondanks de gapende leegte in mijn agenda.
gisteren op struintocht geweest voor stage-bezigheden. thuis al wel zaken geregeld, maar het meeste wordt toch hier uitgedokterd.
Het ziet er spannend uit, komend seizoen.

Ik ga twee vakken volgen, een vak over de filosoof Quine en een ‘philosophical writing’ course. Ben erg benieuwd naar de laatste. Je kunt beschrijvingen vinden onder de ‘mind’ neuron.
Voor mijn onderzoeksstage ga ik verschillende dingen doen. Bij Philip Robbins, een taalfilosoof, ga ik een zogenaamde ‘independent study’ doen: zelf onderzoek doen naar ‘iets met concepten’ (daar moeten we nog uit komen), onder zijn begeleiding. Voor zijn buurman: Jose Bermudez, schrijver van o.a. the paradox of self-consciousness ga ik een ‘critical notice’ schrijven, een uitgebreide discussie van een boek wat hij ook nog moet gaan bestuderen. Daarnaast wil ik graag ‘research assistant’ worden van iemand. Dat houdt in dat je artikelen opzoekt, leest, samenvat, in de bibliotheek referenties gaat zoeken, verslag doet van je bevindingen etc. etc. Nu nog iemand vinden aan wie ik me aan kan bieden. Hoop dat het lukt. Het wordt druk, vrees ik. Maar ik heb wat extra tijd voor al mijn schrijfselen. Philip Robbins vond dat een uitstekende constructie, eerst lezen en luisteren en oefenen met kleinere schrijfopdrachten, dan aan het grote werk beginnen en dat de laatste maanden afmaken.

enzo enzo. voor de rest probeer ik wat thuis te raken. Gisteren kwamen twee franse studenten bij mij en Jae eten. En volgende week lijkt er een feestje bij mij te zijn. Het lukt wel. De dagen zijn wel gek. Het is ‘s ochtends soms wel vervelend om op te staan. Een lege, ongestructureerde dag met allerlei dingen die geregeld moeten worden. Maar het komt allemaal vanzelf. Joel Anderson, mijn begeleider hier, zei grijnzend dat ik bepaald niet ‘socially challenged’ was. Dat doet me deugd.

In de chaos van dit hier probeer ik wel dankbaar te zijn. Het is allemaal zo duur en groots en goed geregeld. en dan de kans om hele dagen te doen wat je leuk en bijzonder vindt. je eist het zo snel op. alsof het je toebehoort als je er eenmaal aan gewend bent. en tegelijkertijd is het allemaal een beetje schrijnend in het licht van zoveel armoede en ellende overal. Liep met een zwart meisje mee, ‘s avonds uit de metro. Vertelde dat ik aan Wash U studeerde. En over het verschil met Utrecht. Ze vertelde dat ze serveerster was en dat ze dolgraag naar College zou willen, maar dat ze nu eenmaal geen rijke ouders had. maakt het wel moeilijk om oprecht dankbaar te zijn.

ik denk niet dat ik het allemaal op hoef te lossen. met een groot ‘wat mag ik doen? vier ik het moment.

-

Tijd om te ademen. Als er niet een groot blok beton op de bodem van mijn longen zou liggen. Vanmorgen jaap naar vliegveld gebracht, na paar hectische dagen van spulletjes kopen, deze in onze driveaway (if the owner would know..) vervoeren, lijstjes timmeren, meubels versjouwen, over de campus struinen, hoofd overal binnensteken, vakken uitzoeken. Moest huilen bij de douane. En in de wc, na mijn lieve liefste gedag te hebben gewuifd, nog veel meer. Vannacht trok hij me nog tegen zich aan en kuste hij me half slapend in mijn nek. Toen heb ik ‘m murmelend weggeduwd.
Heb daarna mijn grijze Crown Victoria in een suicidale bui de achterbuurten van East St. Louis in gereden, met stip de allerslechtste plek in the States. Ik vond zondagmorgen wel een goed tijdstip en het was buitengewoon rustig. Heb een half uur rondgereden en heb geen enkele blanke gezien. De wegen waren van afrikaanse kwaliteit, 80% van de huizen stond op instorten en de plek moet ‘s nachts echt vreselijk zijn. In het frisse zondagochtendlicht zag het er nog best aardig uit. Weet je dat scholen hier betaald worden door local taxes? Dat betekent dat ze in East St. Louis geen geld hebben om boeken te kopen, omdat hier de helft van de mensen werkeloos is en de andere helft een rotbaantje heeft. East St. Louis ligt in Illinois en die staat laat deze plek vaak weg van de kaart. Het is een schandaal dat zo’n stad bestaat in dit land. Ik heb nog overwogen op mijn auto te parkeren en een kerk binnen te gaan, maar ik durfde de auto niet echt achter te laten. Zie, het bowling for columbine-syndroom heeft mij ook al aangetast.
Na dit avontuur wat gekeuveld met mijn huisgenootje. Jae, van oorsprong Koreaans. Ze is erg aardig. Had de politie al gebeld, toen ze uren na zonsondergang in de overtuiging verkeerde dat ik nog steeds door het Forest Park aan het fietsen was. Ik zat bij studiegenoot Wim, die nu al het gezelligste huis van de universiteit heeft. Allerlei hippe amerikaanse graduate students ontmoet, die zo sterk tegen de Bush administration zijn dat de avond eindigde in een verdediging van de aanval op Irak door mij. Het moet niet veel gekker worden.

En nu. In mijn twee kamers met houten vloer en hoge ramen en sfeerlicht. Het is hier best goed. Erg goed, zelfs. En er is hier per ongeluk wireless, maar op dit moment geen dataflow. Ik begrijp er niks van. Wil mailtjes sturen. Log updaten. Blaa. Morgen de Crown naar Kansas rijden. Zie er niet erg naar uit. Stomme mist in mijn hoofd. Ik ben ook zo verdrietig.

kansas

De Amtrak brengt me in bijna 6 uur van Kansas naar St. Louis, een afstand die ik vanmorgen in 3-en-een-half-uur per auto heb afgelegd. Desalniettemin is dit een uiteraardigste (wat een mooi nieuw woord!) belevenis. Missouri is mooi! Nee, echt. Glooiiende heuvels met goud-vergeelde maisvelden, gelukkige grazende koeien, witte houten huisjes met mini-meertjes waar varkens tevreden in modderen. Blinkende graansilo’s, witte watertorens, bossen, velden, rivieren, af en toe wat rotsige beddingen en dat alles in het oranje-gele avondlicht. Soort ‘What’s eating Gilbert Grape’ met geelfilter. Die film is sowieso helemaal goed. Met Johnny Depp als nukkige winkelbediende, Leonardo diCaprio in zijn beste rol ooit als verstandelijk gehandicapt jongetje en Juliette Lewis als all-american campergirl.

Het is een stille dag. Alleen in de auto, alleen in de trein. Maar het is niet zo erg. Voel me nog een beetje wobbly. Denk dat het wel goed is geweest dat ik een poosje alleen op de Asterstraat heb gewoond. Oh my, wat een megalomaan gebouw is dat? Trein stopt in Jefferson, hoofdstadgehucht van Missouri. Planet, Planet, het is the State Capitol. Een witstenen gebouw met een enorme koepel en dito zuilengalerij. Die gefingeerde historiciteit is trouwens pathetisch. Werkelijk elk flink huis heeft minstens twee romeinse pilaren in haar voortuin staan. Wash U, de universiteit waar ik aan ga studeren, heeft haar hele vastgoed een soort van degelijke Cambridge-look willen geven. Met een grote trap die naar de twee vierkante torens met kantelen, vlaggen en toegangspoort leidt. En kleine torentjes met ornamentjes die net iets te wit en te nieuw zijn. Ze zijn nog net geen slotgracht aan het graven.

zie hier de ingang.

Heb de Chancellor ontmoet. Scoorde direct al punten door in mijn uitbundige onnozelheid te vragen wat een Chancellor nu eigenlijk was. De rector magnificus dus en de man was een beetje onstemd door zoveel ignorance. Dat herinnerde me aan de keer dat ik Jan Cremer ontmoette in de galerie van Jaap’s tante en hem vroeg of hij nog iets anders deed dan schilderen. Hij keek me verbijsterd aan en zei dat hij ooit nog wel eens een boek geschreven had. Nu ben ik natuurlijk vrij te pleiten, want ik heb op een zeer strenge reformatorische school gezeten waar zijn boeken in de ban waren gedaan. En ik denk toch niet dat de sexuele revolutie ons erg goed heeft gedaan.

Beetje lusteloos. Wil de sparkling soul terug, waar lief zo verliefd op is geworden. Die oplicht van elk nieuw uitzicht en elk nieuw gesprek. Maar het lukt nog niet zo. Gisteren zei Wim dat ik er wel een beetje verdrietig uitzag. Dat voorkwam helaas niet dat een van de graduate studenten uitgebreid de problematische relatie met zijn vader ging uitspellen. Ik weet het niet, ik kan niet zo heel goed omgaan met zo’n stuk ingeblikt trauma. Zo een die mensen opentrekken op feestjes, omdat het meer reclame voor hun diepzinnige persoonlijkheid is geworden dan dat het een werkelijke last is. Ik weet niet of hij zo is. Oordeel opschorten. Marieke en ik bespraken ooit een interview met Xander van Volumia in de Rails. Hij was vreemd gegaan na zijn lief te hebben bezwangerd en hij kon in het artikel niet ophouden met zeggen wat voor hufter hij was. Er was iets mis mee. Draag je last zelf.
Iets wat ik ook nog mag gaan leren en met dit log niet echt bevorder. Grrr. Everything you say, can and will…

st louis

teveel teveel te schrijven, te weinig tijd. nashville, charlotte, st louis. binnen een dag een superkamer (2, eigenlijk) voor goede prijs (hier goedkoop). en ren nu met lief campus rond en voel me nog een beetje wiebelig (wordt dit wel leuk?), maar het komt. nu nog wat gare meubels scoren en inschrijven voor vakken en en en tijd nemen om te ademen, maar dat komt, dat komt. straks sterf ik van eenzaamheid. je kunt mijn sociale leven ook aflezen aan de lengte van mijn entries.

I’m going to graceland…

Memphis Tennessee.
Na een verkwikkende nacht in een zwarte ghetto vol luidruchtige jongeren hebben de rusteloze reizigers plaats genomen op de patio van King’s Palace op the Beale Street in Memphis-aan-de-Mississippi. Het duo Pam & Terry zingt een liedje van Neil Young, mijn zwarte jurkje plakt tegen mijn rug, Jaap leest Flannery en bijt nagels. Het is nog maar 13.00 uur en de lucht vult zich al met vocht, barbequegeuren, blues, jazz en rhythm. Werkelijk elk onbeduidend cafeetje heeft een podium en een line-up voor de zwoele zomeravonden.

Memphis is vooral zwart, in tegenstelling tot de overwegend spaanse Southwest, die we tot nu toe hebben bereisd. En dat merken we zondagochtend in de kerk van reverend Al Green. Klik op zijn naam voor een wat brakke site van zijn agency. Een swingend koor vol big mama’s die een keel van jewelste opzetten. Een ouderling die door de kerk danst, een ‘recording artist’ met 9 Grammy’s als dominee, die zijn vermaningen over de gemeente heen jubelt. En bij iedereen zit de muziek in het lijf. Vrouw uit het koor staat op, snokt de microfoon uit de handen van de dominee en zingt vette solo. Koor springt halverwege in en begint met terugzingen. Man uit de bank kruipt achter orgeltje en begint ook te zingen. De dominee roept er nog wat ‘Yeah!’ en ‘Amen!’ doorheen en de mensen klappen en het is een groot feest.

Al Green himself