vanavond vlieg ik terug. met twee crashes op het nieuws voorwaar een hoopvol uitzicht. alles loopt hier op z’n einde en de wereld der mechanica illustreert dat kleurrijk.
alles gaat sneller kapot hier. een lokale entropie-verhoging, die zich speciaal concentreert op de zeldzame momenten van haast. als je naar het kliniekje moet, stopt je moto ermee. als je op tripje naar Bobo gaat, krijg je een lekke band. op het moment dat de nacht invalt en je echt door wilt rijden (hoe moet je anders de gaten in de weg en de geiten op de weg en de kindjes langs de weg ontwijken?) loopt de benzine met liters uit de motor. Was Echt Heel Normaal, lachtte de mechanicien in Boromo ons toe, nadat we gevraagd hadden of zijn familie toevallig ook de lokale begrafenisonderneming runde.
Kapotte carburateurs, pedalen die eraf vallen, motors die niet starten. en wijsneuzerige mechaniciens die, nadat ze de kap er weer op hebben geschroefd, plotseling nog met een handvol onderdelen zitten die ze er daarna wat schuldbewust op willekeurige plekken aan vast draaien.
maar we hebben de tijd. we zijn op vakantietripje naar Bobo Dialassou geweest, 350 km en 6 uur verderop. Met Jan de cameraman en Inoussa, onze musulman-vriend. Bobo wordt bevolkt door Rasta-jongens, die allemaal hebben getrommeld op een belgs festival dat ik niet eens ken. Hey, mon ami, comment ca va? tu veux voir des masques, pour plaisir des yeux? j’ai des amis en hollande, oui oui.
’s avonds zijn we naar een heus openlucht bioscoop geweest om een slecht gedubde franse versie van de 1990 ‘a long kiss goodbye’ te kijken. de lantaarnpaal scheen wat te enthousiast op het scherm en het kodak-testbeeld kwam wat vaak langs, maar kijken naar de sterren als de film je verveeld, is heel aangenaam.
hmm. weg. plots. nu eten met luc en fati.

by 
