zwart

tijdens een rondleiding op een of ander wetenschappelijk instituut werd het gisteren zwart voor mijn ogen. ‘k stond midden tussen stoere defensiemensen, onderzoekers en politiemannen in een klein, benauwd halletje, net na de lunch. nog net op tijd wist ik mijn buurman vast te grijpen en dramatisch uit te brengen: “ik word onwel.” Onwel? wie gebruikt dat woord nou nog.

na tien minuten kwam ik weer bij zinnen in een ander kamertje.

een wonderlijk gevoel, out gaan. eerst zware benen, daarna beetje akelig, dan zweten, dan niet meer goed kunnen staan, dan zwart. en dat alles in een paar minuten. toen halverwege een vrouw me begon aan te staren wist ik: dit komt niet goed.

best geinig allemaal, als het maar niet zo totaal genant was.